Sambucus racemosa
Sambucus racemosa
De Sambucus racemosa, beter bekend als de trosvlier, is een autochtone middelgrote struik die erg veel lijkt op de Sambucus nigra.
Deze twee soorten zijn te onderscheiden door de trosvormige, opstaande bloemenschermen en de felrode bessen die de Sambucus racemosa heeft ten opzichte van de Sambucus nigra.
De trosvlier bloeit iets eerder en groeit van nature het liefst op koele, vochtige en voedselrijke bodems.
De bessen die aan de Sambucus racemosa komen zijn niet voor rauwe consumpite, maar na het koken van de bessen kunnen ze verwerkt worden in eten.
Beschikbaar in 1 verschillende herkomst
0
Kenmerken van de Sambucus racemosa
- Nederlandse naam: trosvlier
- Hoogte: 2 tot 5 meter
- Bladvorm: geveerd
- Bloei: april - mei
- Vrucht: rode bessen
- Licht behofte: halfzon tot schaduw
- Grondsoort: vochtige, voedselrijke grond
- Ecologische waarde: belangrijke nectarbron voor insecten en bessen voor vogels
- Toepassing: bosranden, onderbeplanting, decoratie, natuurontwikkeling en landgoederen
- Herfstkleur: geel tot roodachtig
Autochtoon
De Sambucus racemosa is beschikbaar in een autochtone herkomst.
Snelle groeier
De Sambucus racemosa is een snelle groeier en daarom erg geschikt voor natuurontwikkeling
Click Here
Liefhebber van schaduw
De trosvlier houdt van schaduw. Dit verdraagt hij dan ook meer dan de gewone vlier. Daarom past hij goed in bosranden.
Regio's waar de Sambucus racemosa thuis hoort:
- Achterhoek
- Brabantse Maasstreek
- Brabantse zand- en leemstreek
- Centrale stuwwallen
- Drents Plateau en Friese Wouden
- Friese Meren tot Weerribben
- Gelderse Poort
- Hollands en Utrechts laagveengebied
- IJsseldal
- Laagland rivieren
- Limburgs heuvelland
- Limburgse Maasstreek
- Reestdal
- Regge en Sallandse Heuvelrug
- Rijk van Nijmegen
- Twente
- Vechtdal