Ulmus laevis
Ulmus laevis
De Ulmus laevis, beter bekend als de fladderiep, is een autochtone loofboom.
De fladderiep zie je van nature veel langs rivieroevers en vochtige dalen in Nederland.
Hij staat bekend om zijn luchtige kroon en de bewegende blaadjes in de wind. Dit geeft de fladderiep een sierlijk en licht fladderend effect. Vandaar dus ook de naam.
Beschikbaar in 4 verschillende herkomsten
0
Kenmerken van de Ulmus laevis
- Nederlandse naam: fladderiep
- Hoogte: 20 tot 30 meter
- Bladvorm: eirond tot langwerpig, aan de voet vaak asymmetrisch, toegepitst op de top
- Bloei: maart - april
- Vrucht: zakvrucht
- Licht behofte: zon tot halfschaduw
- Grondsoort: vochtige, matig voedselrijke klei- of leemgronden
- Ecologische waarde: schuil- en nestgelegenheid
- Toepassing: bossen, laanbomen, natte natuur, landgoederen en oeverbeplanting
- Herfstkleur: geel
Autochtoon
De Ulmus laevis is autochtoon beschikbaar in diverse herkomsten.
Vleugelnootjes
De boom bloeit vroeg in het voorjaar, nog voor het blad uitloopt. De vruchten hebben het zaad in het midden. Dit onderscheid hem van de andere iepen.
Weerbaarheid
De fladderiep is minder gevoelig voor de iepziekte. Dit komt omdat hij minder aantrekkelijk is voor de iepenspintkever.
Regio's waar de Ulmus laevis thuis hoort:
- Achterhoek
- Brabantse Maasstreek
- Friese en Groningse zeeklei
- Friese Meren tot Weerribben
- Gelderse Poort
- IJsseldal
- Laagland rivieren
- Limburgse Maasstreek
- Reestdal
- Rijk van Nijmegen
- Twente
- Vechtdal
- West-Friese en Hollandse zeeklei
- Zuidwestelijke zeekleipolders