Malus sylvestris
Malus sylvestris
De Malus sylvestris, ook wel wilde appel, is een autochtone boom of struik die onmisbaar is in onze natuur.
In het voorjaar bloeit hij rijk met witte tot lichtroze bloemen, die erg geliefd zijn bij bijen. In het najaar volgen kleine, zure appeltjes die eetbaar zijn, maar vooral in trek zijn bij vogels en andere dieren.
De soort groeit het best in open bosranden en is een waardevolle toevoeging in voedselbossen vanwege zijn biodiversiteitswaarde, bestuivingskracht en eetbare vruchten.
Beschikbaar in 3 verschillende herkomsten
0
Kenmerken van de Malus sylvestris
- Nederlandse naam: wilde appel
- Hoogte: 5 tot 9 meter
- Bladvorm: eirond gepunt
- Bloei: april - mei
- Vrucht: kleine zure appeltjes
- Licht behofte: zon tot lichte schaduw
- Grondsoort: kalkrijke, goed doorlatende grond
- Ecologische waarde: belangrijk voor bijen, vlinders, vogels en zoogdieren
- Toepassing: voedselbossen, bosranden, hagen, struwelen
- Herfstkleur: geel
Autochtoon
De Malus sylvestris is beschikbaar in een autochtone herkomst.
Pracht plaatje
De wilde appel krijgt in het voorjaar prachtige wit tot roze bloemen. Die aantrekkelijk zijn voor bijen en insecten.
Klein en zuur
De appels van de Malus sylvestris zijn klein en zuur. Minder lekker voor mensen om zo te eten.
Regio's waar de Malus sylvestris thuis hoort:
- Achterhoek
- Brabantse Maasstreek
- Brabantse zand- en leemstreek
- Friese en Groningse zeeklei
- Gelderse Poort
- IJsseldal
- IJsselmeerpolders en Zuiderzeedijken
- Laagland rivieren
- Limburgs heuvelland
- Limburgse Maasstreek
- Rijk van Nijmegen
- Twente
- Vechtdal
- West-Friese en Hollandse zeeklei
- Zuidwestelijke zeekleipolders