Frangula alnus
Frangula alnus
De Frangula alnus (vroegere naam Rhamnus frangula), ook wel bekend als Sprokehout of Vuilboom is een autochtone struik.
Ondanks dat de struik onopvallend bloeit, is hij bijzonder belanrijk voor bijen, zweefvliegen en vlinders, zoals de ctiroenvlinder en het boomblauwtje. In de nazomer draagt hij zwarte bessen, die graag gegeten worden door vogels.
De Frangula alnus gedijt goed op vochtige, zure gronden en is daarmee perfect voor bosranden, struwelen en natuurlijke tuinen. . Gemiddeld kan de struik wel 2 tot 5 meter hoog worden.
Beschikbaar in 13 verschillende herkomsten
0
Kenmerken van de Frangula alnus
- Nederlandse naam: vuilboom
- Hoogte: 2 tot 5 meter
- Bladvorm: eirond, gaafrandig
- Bloei: mei - september
- Vrucht: zwarte besjes
- Licht behofte: half zon tot schaduw
- Grondsoort: vochtige tot lemige grond
- Ecologische waarde: belangrijk voor bijen en vlinders
- Toepassing: bosranden, voedselbossen, natte ecologische zones of oeverbeplanting
- Herfstkleur: geel tot oranje
Autochtoon
De Frangula alnus, voorheen ook wel bekend als Rhamnus frangula, is beschikbaar in verschillende autochtone herkomsten.
Opvallende bessen
De bessen veranderen van groen naar rood naar zwart tijdens het rijpen. Ze zijn giftig voor mensen, maar geliefd bij vogels, die helpen met de zaadverspreiding.
Onmisbaar voor vlinders
Het is de belangrijkste waardplant voor de citroenvlinder. De rupsen eten uitsluitend de bladeren van deze soort. Ook andere vlinders profiteren ervan.
Regio's waar de Frangula alnus thuis hoort:
- Achterhoek
- Brabantse zand- en leemstreek
- Centrale stuwwallen
- De Peel
- Friese Meren tot Weerribben
- Hollands en Utrechts laagveengebied
- Reestdal
- Regge en Sallandse heuvelrug
- Rijk van Nijmegen