Quercus petraea
Quercus petraea
De Quercus petraea, of wintereik, is een autochtone loofboom.
De wintereik kan wel 20 tot 30 meter hoog worden. Daarmee lijkt hij veel op de zomer eik, maar toch zijn ze te onderscheiden.
Dit kun je onderandere zien aan de langere bladsteel van de Quercus petraea en de minder diep gelobde bladeren.
De wintereik groeit langzaam maar is een echte duurzame soort. De boom levert hard en sterk hout dat gebruikt wordt in de bouw en meubelmarkerij.
Daarnaast heeft de Quercus petraea een hoge ecologische waarde. Wel meer dan honderd insectensoorten zijn afhankelijk van deze boom.
Beschikbaar in 30 verschillende herkomsten
0
Kenmerken van de Quercus petraea
- Nederlandse naam: wintereik
- Hoogte: 20 tot 30 meter
- Bladvorm: minder diep gelobd, langer gesteeld
- Bloei: mei
- Vrucht: eikels
- Licht behofte: zon tot halfschaduw
- Grondsoort: droge tot matig vochtige zand- en leemgronden
- Ecologische waarde: zeer belangrijk voor insecten, vogels en zoogdieren
- Toepassing: bossen, laanbomen, houtsingels, parken, natuurontwikkeling en landgoederen
- Herfstkleur: geel tot bruin
Autochtoon
De Quercus petraea is er in diverse autochtone herkomsten, ook zijn er diverse Europese herkomsten beschikbaar.
lang en duurzaam
De wintereik groeit langzamer dan de meeste eikensoorten, maar leeftvaak langer. Tot wel 500 jaar of meer!
Ecologische topper
Eiken zijn ware biodiversiteitskampioenen: één boom kan honderden insectensoorten herbergen, waaronder rupsen, kevers, vogels en vleermuizen.
Regio's waar de Quercus petraea thuis hoort:
- Achterhoek
- Brabantse Maasstreek
- Brabantse zand- en leemstreek
- Centrale stuwwallen
- Drents Plateau en Friese Wouden
- IJsseldal
- Kalkrijke Hollandse duinstreek
- Limburgs heuvelland
- Limburgse Maasstreek
- Regge en Sallandse Heuvelrug
- Rijk van Nijmegen
- Twente
- Wadden en noordelijke duinstreek
- Zuidwestelijke duingronden